Hoe kinderen leren nadenken over hun eigen begrip
Steeds meer ouders merken dat hun kind in groep 6 technisch goed kan lezen, maar toch moeite heeft met begrijpend lezen. Het kind leest de woorden vloeiend voor, maar wanneer je vraagt wat er nu precies stond, blijft het antwoord vaag. Dit betekent niet dat je kind niet goed oplet; vaak gaat het om een vaardigheid die nog in ontwikkeling is: metacognitie.
Metacognitie betekent dat kinderen leren nadenken over hun eigen denken. Bij begrijpend lezen houdt dat in dat ze leren zichzelf vragen te stellen als: Begrijp ik dit? Wat moet ik doen als iets onduidelijk is? Welke strategie helpt mij om deze tekst beter te begrijpen? Deze vaardigheid is essentieel voor het succesvol lezen van complexere teksten, zeker vanaf groep 6.
In dit artikel lees je wat metacognitie precies is, waarom het zo belangrijk is op deze leeftijd en hoe je thuis op een laagdrempelige manier kunt helpen om deze vaardigheid te versterken.
Metacognitie kun je aan kinderen uitleggen als: nadenken over je eigen denken en zelf vragen stellen. Tijdens begrijpend lezen betekent dit dat een kind:
Snapt waarom het een tekst leest.
Tijdens het lezen controleert of het begrijpt wat er staat.
Signaleert wanneer iets lastig of onduidelijk is.
Weet wat het kan doen om de tekst beter te begrijpen.
Een kind dat metacognitief leest, leest dus niet alleen door, maar denkt actief mee met de tekst.
In groep 6 krijgen kinderen niet alleen langere teksten, maar ook teksten met meer vakbegrippen, meer details en soms meerdere onderwerpen tegelijk. Het is normaal dat kinderen daar in het begin moeite mee hebben. Metacognitief bewustzijn helpt hen om grip te houden op de informatie.
In de onderbouw en groep 5 worden strategieën vooral samen geoefend. Vanaf groep 6 wordt er steeds vaker verwacht dat kinderen zelf weten wat ze kunnen doen als ze iets niet begrijpen. Dat kost tijd en oefening.
Veel kinderen lezen door, zelfs als ze al halverwege niet meer snappen waar het over gaat. Metacognitie leert hen dat het juist goed is om even te stoppen, terug te lezen of zichzelf vragen te stellen.
Je hoeft absoluut geen leraar te zijn om je kind hierbij te helpen. Met een paar eenvoudige gewoontes kun je thuis veel betekenen.
Laat je kind vóór het lezen nadenken over waarom het deze tekst leest.
Voorbeeldvragen:
Wat denk je dat je gaat leren van deze tekst?
Waar gaat dit waarschijnlijk over?
Wat verwacht je dat belangrijk zal zijn?
Dit helpt een kind om gerichter te lezen.
Je kunt metacognitie heel eenvoudig stimuleren door hardop te denken, of je kind dat te laten doen.
Voorbeeld:
"Ik lees dat de hoofdpersoon naar de markt gaat, maar ik begrijp niet helemaal waarom. Ik ga de zin erboven nog eens lezen."
Deze manier van denken lijkt misschien klein, maar het is precies hoe kinderen leren om hun eigen begrip te controleren.
Leer je kind dat het prima is om even stil te staan. Je kunt dit thuis oefenen.
Voorbeeldvragen tijdens een stopmoment:
Begrijp je wat er net gebeurde?
Welke zin vond je lastig?
Wat kun je doen als je het niet begrijpt?
Kinderen die leren pauzeren, krijgen veel sneller overzicht en vertrouwen.
Je hoeft geen volledige leeslessen te geven. Een paar concrete stappen zijn al genoeg.
Voorbeelden van strategieën:
Teruglezen: Lees de twee zinnen daarvoor nog eens.
Verder lezen: Soms staat de uitleg pas in de volgende zin.
Zoek signaalwoorden: daardoor, omdat, maar, terwijl.
Maak een plaatje in je hoofd: Vooral bij verhalende teksten helpt dit veel.
Je kunt je kind vragen: "Wat heb je net gedaan om het te begrijpen?"
Reflectie hoeft niet lang te duren, maar het helpt kinderen enorm om te beseffen wat ze geleerd hebben.
Voorbeeldvragen:
Wat vond je het lastigste deel?
Hoe heb je dat opgelost?
Wat helpt jou het meest tijdens het lezen?
Hierdoor wordt metacognitie een gewoonte.
Hier is een voorbeeld van hoe een metacognitief leesmoment thuis eruit kan zien:
Vooraf:
"Deze tekst gaat over vulkanen. Wat denk jij dat je gaat leren?"
Tijdens:
"Stop even. Begrijp je wat magma betekent? Nee? Wat kunnen we doen? Laten we de zin erboven eens teruglezen."
Achteraf:
"Wat deed je toen je een woord niet kende? Helpt dat voor andere teksten ook?"
Je kind leert zo niet alleen deze tekst beter begrijpen, maar ook hoe het met lastige teksten om kan gaan in de toekomst.
Metacognitie is een onmisbare vaardigheid voor begrijpend lezen, zeker in groep 6 en helpt je voor te bereiden op de Leerling in Beeld-toets, Boom-toets, IEP-toets en Dia-toets. Het helpt kinderen om actief te lezen, problemen te herkennen en passende strategieën te gebruiken. En het goede nieuws is: je hoeft als ouder geen uitgebreide lesmethodes te kennen. Met korte gesprekjes, eenvoudige vragen en regelmatig stilstaan bij het denkproces help je je kind enorm.