Executieve functies: waarom plannen, focussen en controleren zo belangrijk zijn
Veel ouders merken dat hun kind in groep 6 moeite heeft met begrijpend lezen, terwijl het technisch lezen eigenlijk goed gaat. Dat kan verwarrend zijn. Want als een kind vlot leest, zou het de tekst toch moeten begrijpen? Toch werkt het zo niet. Begrijpend lezen vraagt meer dan woorden decoderen; het vraagt denkstappen, aandacht en overzicht. En dat is precies waar executieve functies een grote rol spelen.
Executieve functies zijn de regelfuncties van de hersenen, zoals plannen, focussen, flexibel denken en het eigen werk controleren. Deze functies zijn nog in ontwikkeling bij kinderen van groep 6. Sterker nog: sommige executieve functies zijn pas rond het twintigste levensjaar echt uitgegroeid. Het is dus volkomen logisch dat kinderen hierbij nog ondersteuning nodig hebben.
In dit artikel lees je hoe executieve functies invloed hebben op begrijpend lezen, welke functies voor groep 6 het meest van belang zijn en wat je als ouder thuis kunt doen om deze vaardigheden te versterken.
Executieve functies zijn mentale vaardigheden die nodig zijn om doelgericht gedrag te sturen. Ze bepalen of een kind:
zich kan concentreren op een taak
het overzicht houdt
stappen kan plannen
zichzelf kan corrigeren
door kan werken ondanks afleiding
flexibel kan omschakelen als iets anders blijkt dan verwacht
Bij begrijpend lezen komen al deze vaardigheden samen, vaak zonder dat een kind zich daar bewust van is. Een tekst begrijpen is namelijk een complexe taak die aandacht, denkcontrole en strategiegebruik vraagt.
Het werkgeheugen helpt een kind om informatie vast te houden tijdens het lezen.
Bij begrijpend lezen moet een kind onthouden wat er aan het begin van de tekst stond, zodat het de rest kan begrijpen.
Voorbeeld:
In een tekst staat eerst dat Lisa haar paraplu vergeet. Later regent het. Een kind moet deze twee stukken informatie koppelen om te snappen waarom Lisa nat wordt.
Kinderen met een zwakker werkgeheugen missen vaak dit soort verbanden.
Dit is het vermogen om impulsen te onderdrukken.
Kinderen moeten tijdens het lezen kunnen remmen: niet te snel lezen, niet overslaan en niet meteen antwoorden kiezen zonder eerst te denken.
Voorbeeld:
Een vraag lijkt op het eerste gezicht duidelijk, maar vraagt om nauwkeurig lezen.
Kinderen die te snel gaan, kiezen vaak een antwoord dat logisch klinkt maar niet past bij de tekst.
Langere teksten vragen om aandacht vasthouden.
In groep 6 worden teksten echt langer en informatie-dichter, waardoor kinderen hun aandacht beter moeten spreiden.
Voorbeeld:
Een informatieve tekst over de waterkringloop bevat veel details. Een kind moet langere tijd blijven focussen om de samenhang te blijven begrijpen.
Raakt het kind halverwege afgeleid, dan mist het belangrijke informatie.
Een kind moet een strategie kiezen, stappen zetten en overzicht bewaren.
Voor begrijpend lezen betekent dit: eerst oriënteren, dan lezen, dan terugkijken en tenslotte de vragen beantwoorden.
Voorbeeld:
Kinderen die geen plan maken, beginnen meteen te lezen of razendsnel de vragen in te vullen. Daardoor missen ze de rode draad van de tekst.
Kinderen moeten leren opmerken wanneer ze iets niet begrijpen, én weten wat ze dan kunnen doen.
Voorbeeld:
Een kind leest een woord dat het niet kent, zoals fossiel. Een kind met goede zelfmonitoring doet iets actiefs: teruglezen, verder lezen of de betekenis proberen af te leiden.
De teksten worden langer én complexer.
De vragen gaan vaker over verbanden, conclusies en tekststructuur.
Kinderen moeten zelfstandiger werken en strategieën steeds meer zelf kiezen.
Er wordt een groter beroep gedaan op hun concentratievermogen.
Dat betekent dat kinderen die moeite hebben met executieve functies opeens vastlopen, terwijl hun leesniveau niet veranderd is. Het probleem ligt dan niet in het lezen zelf, maar in het verwerken en sturen van informatie.
Je hoeft geen lange oefensessies te organiseren. Kleine gewoonten helpen vaak al enorm.
Laat je kind niet zomaar beginnen. Stel eerst een paar gerichte vragen.
Voorbeeldvragen:
Waar denk je dat de tekst over zal gaan?
Wat ga je doen als je een stukje niet begrijpt?
Wat is een goede volgorde om deze opdracht aan te pakken?
Kinderen krijgen zo structuur en leren een vaste aanpak aan.
Leer je kind om regelmatig even stil te staan tijdens het lezen.
Dat helpt het werkgeheugen en voorkomt dat kinderen het overzicht kwijt raken.
Voorbeeld:
Lees samen twee alinea’s en vraag:
Wat was het belangrijkste?
Wat gebeurt er nu?
Wat denk je dat hierna komt?
Zeker bij langere teksten is prikkelreductie belangrijk.
Geen openstaande tablets, telefoons of muziek.
Een rustige tafel helpt kinderen om hun aandacht vast te houden.
Je kind leert veel van jouw denkproces.
Voorbeeld:
"Ik snap deze zin niet helemaal. Ik ga hem nog een keer lezen. Even kijken of het nu duidelijker is."
Door dit voor te doen, geef je je kind een model van hoe begrijpend lezen werkt.
Sluit samen af met een kort reflectiemoment.
Laat je kind vertellen wat goed ging en wat lastig was.
Voorbeeldvragen:
Wat vond je moeilijk?
Wat heb je gedaan om het op te lossen?
Wat ga je de volgende keer anders doen?
Hiermee versterkt je kind het vermogen om zichzelf te monitoren.
Een eenvoudige oefening die meerdere executieve functies tegelijk traint:
Laat je kind de titel en tussenkopjes lezen.
Vraag: Wat verwacht je van deze tekst? (planning)
Lees twee alinea’s.
Vraag: Wat gebeurde er? Wat is de belangrijkste boodschap? (werkgeheugen)
Ziet je kind onduidelijkheden? Laat het teruglezen. (zelfmonitoring)
Bespreek één vraag. Laat je kind eerst uitleggen waarom het dit antwoord kiest. (inhibitie en focus)
Dit kost maar tien minuten, maar traint meerdere executieve functies tegelijk.
Begrijpend lezen is geen simpele vaardigheid, en dat wordt in groep 6 duidelijker dan ooit. Het draait niet alleen om de tekst kunnen lezen, maar vooral om het sturen van het eigen denken. Executieve functies zoals plannen, focussen, remmen, onthouden en controleren spelen hierin een centrale rol.
Door thuis kleine, eenvoudige routines in te bouwen, kun je je kind helpen deze functies te versterken. Dat maakt niet alleen begrijpend lezen makkelijker, maar helpt ook bij leren in het algemeen, zoals voor de toetsen van Leerling in Beeld, IEP, Boom en Dia.